Wonen op historische grond

Wandelend vanaf het klooster, via de tuin of de Walpoort en de Uilenburg de stad in, komt de gedachte plotseling op. Net oud-Parijs! Fantastisch, om de gang naar het centrum zó te kunnen maken. Alsof je flaneert.

Een unieke locatie heet het al gauw in verkoopbrochures, waarin grond of woonruimte wordt aangeprezen. Deze woonplek, Mariënburg, ís er een. Vlakbij de uitvalswegen, slechts op een paar minuten lopen van binnenstad, NS-station en het Paleiskwartier. En toch rustig gelegen - tussen Dommel en Binnendieze - op historische grond, rondom een haast sacrale tuin. Doe als wij. Slenter door de magnifieke straatjes de stad in… Enfin. Genoeg over de ligging.

Laten we iets dieper op 's-Hertogenbosch en onze woonplek ingaan. Wie immers voor zijn woongenot hierheen verhuist, zal geïnteresseerd zijn in wat zich hier vroeger, laten we zeggen vanaf de Middeleeuwen, zoal heeft afgespeeld. Van wie was bijvoorbeeld het mysterieuze veertiende eeuwse pand, waarvan de enorme fundamenten enkele jaren geleden, tot ieders verrassing, bij archeologisch onderzoek zijn gevonden? 
Waarom is hier, eind dertiende eeuw, een tak aan de Binnendieze gegraven, om die waterloop even later al weer te dempen? Wie woonden hier? En waar hielden de religieuzen, die in 1423 voor het eerst in 's-Hertogenbosch neerstreken, zich al die jaren mee bezig?

In zijn geschrift Laus Phani Busciducensis (rond 1550) geeft een jonge Bosschenaar hoog op over zijn vaderstad. De inrichting van een gemiddeld patriciershuis in 's-Hertogenbosch zou kostbaarder en chiquer zijn dan van huizen in Mechelen, Leuven, Brussel en Antwerpen. De jongeman zal het in zijn chauvinisme misschien wat ál te mooi hebben voorgesteld, maar dat 's-Hertogenbosch in die tijd een plaatje was, staat vast. 
De eerste omwalling van de stad, rond de huidige Markt, voert ons terug naar 1190. Rond 1300 wordt een tweede muur aangelegd, gevolgd door nog een omwalling in de zestiende eeuw, waardoor de stad zijn karakteristieke driehoekige vorm kreeg. Net als andere Middeleeuwse steden, bleef ook 's-Hertogenbosch rampen niet bespaard. Zoals de stadsbranden, waartegen met emmertjes water weinig uit te richten viel. In 1419 en 1463 werden grote delen van de Bossche binnenstad in de as gelegd.

Pas met de bouw van stenen huizen week het altijd loerende brandgevaar enigszins. Opgravingen op onze woonplek, wijzen uit dat de verstening in het begin beperkt bleef tot stenen funderingen waarop houten wanden werden geplaatst. Daarna volgden stenen zijgevels met houten voor- en achtergevels. Weer later kwamen pas volledig stenen huizen, de duurste uitgerust met daktegels, de platte voorlopers van onze dakpan. Het oudste stenen gebouw van 's-Hertogenbosch is De Moriaen aan de Markt. 


Laat er nu op onze woonplek een pand hebben gestaan dat De Moriaen naar de kroon stak! Archeologisch onderzoek heeft dit enkele jaren geleden aan het licht gebracht. Heel opmerkelijk, want wat nu Mariënburg is, lag in de Middeleeuwen aan de rand van de stad, waar doorgaans ambachtslieden werkten, daarbij vooral veel rook en stank producerend. Zoals de smid, waarvan vaststaat dat die aan de Berewoutstraat zat.

Nu is dit, zoals wij weten, een unieke woonlocatie, maar in die tijd zeker geen plek voor de Bossche welgestelden die zich een groot huis konden permitteren. Toch stond er dat hele grote pand, waarop de afdeling archeologie van 's-Hertogenbosch is gestuit. Of het een woonhuis betrof, een enorm magazijn, of een vooraadschuur, staat niet vast. Wel, zo blijkt uit archiefstukken, dat de eigenaar de familie Berwouts was. Arnout Berwouts, uit een oud Bosch geslacht, kocht in 1352 het recht de stadsmuur te mogen betimmeren. Vandaar eerst Berwoutsstraat, soms verbasterd tot Berberstraat, tegenwoordig Berewoutstraat. Tóch een leuke weet. 


Tijdens opgravingen is verder ontdekt dat aan het eind van de dertiende eeuw op ons terrein een tak aan de Binnendieze is gegraven. Verspilde energie kun je achteraf wel zeggen, want even later werd de waterloop al weer gedempt! In de humeuze vulling zijn attributen goed bewaard gebleven. Glasscherven, aardewerk, en opvallend veel leer. Het dempen viel samen met de bouw van de tweede stadsmuur, rond 1300. Het watertje lag vlakbij een stadspoort en belemmerde - ook toen al - het doorgaande verkeer. 
Dat verkeer voerde eind zestiende, begin zeventiende eeuw deels over een straatje, waarvan de resten op drie meter diepte zijn opgegraven: veldkeien, met randen van baksteen en aan één zijkant een stoep. Het weggetje liep vanaf de Berewoutstraat een bruggetje de Binnendieze over, naar de Uilenburg. 
Waar het straatje precies heenliep is niet bekend. Gelet op de aangetroffen uitgesleten karrensporen moet de route veel gebruikt zijn. Toen de karren over ons keienweggetje ratelden, en al véél eerder - de oudste sporen van menselijke bewoning dateren uit de tweede helft van de dertiende eeuw - werd er reeds druk handel gedreven in 's-Hertogenbosch.

Dat is altijd zo gebleven. Anders dan steden als Tilburg en Helmond, waar industrie de boventoon voerde, legde 's-Hertogenbosch zich meer toe op nijverheid en handel. In 1550 werden in de stad en omgeving zo'n 20.000 stuks linnen per jaar geproduceerd. 's-Hertogenbosch maakte een bloeiperiode door en was met 20.000 inwoners een van de grootste steden in de Nederlanden. Rond 1600 telde de stad rond vijftig bierbrouwerijen. In de Middeleeuwen waren het messensmeden, lakenververs en speldenmakers die de stad op de kaart zetten. 
Later kwamen daar andere neringdoenden bij, zoals beroemde sigarenmakers. Dat de nadruk op handel en nijverheid lag, stemde burgemeester Van Lanschot, telg uit de bekende bankiersfamilie, zeer tevreden. Dat hij een broertje dood had aan (veel) industrie, blijkt uit een speech van hem uit 1929. Arbeiders zorgden maar voor onrust en maatschappelijke tegenstellingen. Nee, dan liever ambtenaren, die waren een stuk rustiger. Handel had ook niet zoveel ruimte nodig. En bracht cultuur met zich mee.

 

Een elitaire gedachte? Misschien. Feit is dat 's-Hertogenbosch eeuwenlang uitblonk in cultuur. Tot op de dag van vandaag. De markante binnenstad, met zijn onverwoestbare culturele ankers als de Markt, Parade en majestueuze Sint Janskathedraal, spreekt tot de verbeelding. Voor modern Den Bosch pleit dat het zijn cultuur-historisch erfgoed eigentijds heeft verweven tot een ensemble van gezellige winkels, gastvrije terrasjes, geurende bistro's en verrassende kroegjes. 
Spraakmakende evenementen zijn het theaterfestival Boulevard, het concours hippique Indoor Brabant, het wereld-vermaarde Vocalistenconcours, Jazz in Duketown en carnaval in Oeteldonk. Het Noord-Brabants museum, voormalig paleis van de gouverneur, pronkt met erfenissen van de oude cultuurstad, eens de trots van Jeroen Bosch.